Articles

Lord of the Flies Citaten

“Tegen middernacht hield de regen op en dreven de wolken weg, zodat de hemel weer bezaaid was met de ongelooflijke lampen van sterren. Toen ging ook de bries liggen en er was geen ander geluid dan het druppelen en kietelen van het water dat uit kloven liep en blad voor blad neerstroomde op de bruine aarde van het eiland. De lucht was koel, vochtig en helder, en weldra was zelfs het geluid van het water stil. Het beest lag ineengedoken op het bleke strand en de vlekken verspreidden zich, centimeter voor centimeter.
De rand van de lagune werd een streep van fosforescentie die minutieus voortschreed, naarmate de grote golf van het getij voortschreed. Het heldere water weerspiegelde de heldere hemel en de hoekige heldere sterrenbeelden. De lijn van fosforescentie bolde zich om de zandkorrels en kleine kiezelsteentjes; zij hield ze elk in een kuiltje van spanning vast, aanvaardde ze dan plotseling met een onhoorbare syllabe en bewoog zich verder.
Al langs de oeverrand van het ondiepe was de oprukkende helderheid vol vreemde, maanstraal-achtige wezens met vurige ogen. Hier en daar klampte een grotere kiezelsteen zich vast aan zijn eigen lucht en was bedekt met een mantel van parels. De vloed zwol aan over het door regen aangetaste zand en streek alles glad met een laagje zilver. Nu raakte het de eerste vlekken die van het gebroken lichaam sijpelden en de wezens maakten een bewegende vlek van licht terwijl ze zich aan de rand verzamelden. Het water steeg verder en kleedde Simons ruwe haar met helderheid. De lijn van zijn wang verzilverde en de draai van zijn schouder werd gebeeldhouwd marmer. De vreemde, begeleidende wezens, met hun vurige ogen en slepende dampen hielden zich bezig rond zijn hoofd. Het lichaam kwam een fractie van een centimeter boven het zand uit en een luchtbel ontsnapte uit de mond met een natte plop. Toen draaide het zich zachtjes om in het water.
Ergens over de verduisterde kromming van de wereld trokken de zon en de maan; en de film van water op de aardplaneet werd vastgehouden, een beetje uitpuilend aan één kant terwijl de vaste kern draaide. De grote golf van het getij bewoog zich verder langs het eiland en het water hief zich op. Zachtjes, omgeven door een rand van nieuwsgierige heldere wezens, zelf een zilveren gedaante onder de standvastige sterrenbeelden, bewoog Simons dode lichaam zich in de richting van de open zee.”
– William Golding, Lord of the Flies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *